Agapornis Pullarius Pullarius

De Agapornis Pullarius komt in twee vormen voor nl.: Agapornis P Pullarius en een ondersoort de Agapornis P Ugandae. De vogels komen voor in het midden en het westen van Afrika.

De Agapornis P Pullarius komen nog veelvuldig voor in de landen Ghana, Nigeria, Kameroen, Gabon, Kongo, en het zuidelijke gedeelte van Tsjaad, Sudan en geheel Centr. Afrikaanse Republiek. De Agapornis P Ugandae komt meer voor in Oostelijk Afrika, Ugandae en in een klein stukje van de aangrenzende landen Ethiopia, Kenia en Tanzania. Het is bij ons de meest onbekende Agaporniden soort en dat terwijl de vogel al in 1605 ontdekt was en pas in 1758 door Dhr. Linne wetenschappelijk beschreven werd.

In de avicultuur duurde het ongeveer nog zo’n 200 jaar dat de eerste invoer van deze vogels naar Europa kwamen. In 1900 lukte het Dhr. Spille uit Duitsland om de eerste nakweek op stok te krijgen.

Beschrijving van de nominaat vorm:

Kleurbenaming Man

  • Voorhoofd                                                   Oranjerood
  • Kruin                                                            Oranjerood
  • Kin                                                                Oranjerood
  • Wangen                                                        Oranjerood
  • Snavel                                                          Oranjerood met witte snavelriem
  • Ogen                                                             Donkerbruin, omzoomd met kleine witte en blauwe veertjes
  • Borst, Flanken, buik en anaalstreek       Lichtgroen
  • Vleugel dekveren en mantel                    Nance donkerder dan de rest van het lichaam en geeft een licht gehamerde indruk
  • Ondervleugel dekveren                             Zwart
  • Grote vleugelpennen                                 Donkergrijs met groene buitenvlag
  • Vleugelbochten                                          Zwart, met blauwe, witte engele duimveertjes
  • Stuit                                                             Hemelsblauw
  • Onderstaart dekveren                               Lichtgroen
  • Staartpennen                                              Geel aan de basis, overgaand in oranje met zwarte dwars tekening. Staart uiteinde is lichtgroen
  • Poten                                                            Grijs
  • Nagels                                                          Lichtgrijs aan de basis, overgaand in hoornkleurig naar uiteinde
Kleurbenaming Pop

  • Voorhoofd                                                Lichtoranjerood
  • Kruin                                                         Lichtoranjerood
  • Kin                                                             Lichtoranjerood
  • Wangen                                                     Lichtoranjerood
  • Snavel                                                       Lichtoranjerood met witte snavelriem
  • Ogen                                                          Donkerbruin, omzoomd met kleine gele veertjes
  • Borst, Flanken, buik en anaalstreek    Lichtgroen
  • Vleugel dekveren en mantel                 Nuance donkerder dan de rest van het lichaam en geeft een licht gehamerde indruk
  • Ondervleugel dekveren                          Groen
  • Grote vleugelpennen                              Donkergrijs met groene buitenvlag
  • Vleugelbochten                                       Kleine gele veertjes
  • Stuit                                                          Hemelsblauw
  • Onderstaart dekveren                            Lichtgroen
  • Staartpennen                                           Geel aan de basis overgaand in oranjerood met zwarte dwarstekening. De staartuiteinde is lichtgroen
  • Poten                                                         Grijs
  • Nagels                                                       Lichtgrijs aan de basis, overgaand in hoornkleurig naar het uiteinde

Kleur technische opmerkingen :

De twee middelste staartpennen bevatten geen dwarstekening. De oranjerode kleur op het hoofd van de man loopt over de kruin naar het midden van het oog. Bij de pop loopt deze voor het oog. Zwarte vlekjes of streepjes in de bevedering is foutief

De ondersoort , de Agapornis P Ugandae heeft een blekere kleur op de stuit, waar menige kweker zijn of haar twijfel over heeft. Daar men verder geen verschillen ziet met de nominaat vorm.

Leefgebied van de Pullarius :

De Agapornis P Pullarius leven ongeveer in groepen van 20 a 25 vogels op de open savanna’s en voeden zich hoofdzakelijk met graszaden. Insecten, larven en fruit wordt tussendoor ook nog genuttigd. Hier op de savanne’s bevinden zich ook hun broedplaatsen, n.l de termieten heuvels die gebouwd worden door termieten en bestaan uit een mengsel van hout, zand en speeksel en kunnen wel zo’n 6 tot 8 meter hoog worden.

De pop graaft hier een gang die uitmond in een nestkamer en legt hierin om de dag een ei met meestal een aantal van vier eieren. Vreemd genoeg laten de termieten de vogels met rust, aangezien de termieten een behoorlijk agressief karakter hebben. Het voordeel van deze heuvels is dat de temperatuur binnen bijna altijd constant blijft. De jongen worden immers naakt geboren en krijgen pas na enkele weken hun nestdons. De broedduur bedraagt gemiddeld zo’n 23 dagen. Na zo’n zes a zeven weken verlaten de jongen hun nest. Hoe vaak de Pullaria’s in de natuur broeden hangt af van de omstandigheden waarin ze verkeren. Er moet genoeg voedsel te vinden zijn als de jongen uit de eieren kippen, ideale temperaturen en genoeg nestgelegenheden zijn enz.